Eens een KLM-er altijd een KLM-er. Als klein meisje zat ik met mijn ouders op Schiphol en zei ik tegen mijn moeder: “Kijk mam, daar ga ik later werken”. En nog als ik langs Schiphol rijd en die blauwe kisten zie, dan ben ik vervuld van liefde en trots. Nog steeds. KLM is geen bedrijf. Het is een familie. Het deed mijn blauwe hart wel wat om gisteren voor de laatste keer deze prachtige blauwe vogel te zien landen op Schiphol. Een jaar vroeger dan gepland, door corona. Een brokkie van weemoed in mijn keel.

Familie met blauw bloed

Ik heb altijd met heel veel liefde en trots voor KLM Royal Dutch Airlines gewerkt, totdat ik mijn auto-ongeluk kreeg en ik werd afgekeurd. KLM en mijn collega’s zijn goed voor mij geweest en ik voor hen. Met bijna 10.000 vlieguren op de teller en daarna nog heel wat uurtjes gereïntegreerd op kantoor als management-assistente bij Dienst Cabinepersoneel, heb ik heel wat bijzondere uurtjes in deze bijzondere kist doorgebracht. Die mij naar allerlei plekken op de aarde bracht. Van Rio naar Singapore en Sydney en van San Francisco naar Saudie Arabië, Iran, Nigeria, Beijing en Zuid-Afrika. En mij heel veel bijzondere ontmoetingen met mensen, culturen en verhalen bracht. Ik genoot echt oprecht van die ontmoetingen.Een crew van bijna 20 man die elkaar niet kenden en dan binnen een uur een strak team wisten te vormen die 13 uur met elkaar op een Ieniemienie stukje moesten werken met wat we hadden.

Bijzondere belevenissen op 10 km hoogte

‘s Nachts als iedereen lag te slapen en die kist donker was, dan tuurde ik wel eens naar buiten en zag zoveel sterren. Of het Noorderlicht onderweg naar Canada. Ooit belde ik met de satelliettelefoon om middernacht met oud&nieuw mijn moedertje om haar Happy New Year te wensen. “Schatje waar ben je?” riep mijn moeder. “Geen idee mam, ergens op 10 km hoogte, ik zal even naar buiten kijken. Ik denk ergens boven Dubai, hahaha. Happy New Year”.

Of terugkomend uit een land in Azië waarbij ouders hun adoptiekindje waren gaan halen en het kindje ‘s nachts slapend op de borst van zijn vader lag. Niet wetende wat de toekomst zou gaan brengen voor dit kleine wonder, maar zo lang en diep gewenst door je nieuwe ouders. En hoogstwaarschijnlijk een hartgebroken vader en moeder in het land van herkomst die niet voor je konden zorgen en oprecht hoopten en geloofden dat ze jou een betere toekomst zouden geven. Harverwarmend en tegelijkertijd hartverscheurend vond ik dat als ik er naar keek.Dan moest ik echt een brok in mijn keel wegslikken.

Maar ook mensen die aan boord onwel of ziek werden. En was er wonder boven wonder altijd weer een arts of ander medisch geschoolde mensen aan boord waren en we met elkaar het toch weer op die m2 op 10 km hoogte met elkaar wisten op te lossen. Terwijl de service ook tegelijkertijd moest doorgaan voor de rest van de passagiers.

Een oma die uit de sloppenwijken in India komt en dan voor het eerst in een vliegtuig komt omdat haar kinderen in Amerika zitten. Die niet eens weet hoe een toilet werkt. Te overweldigend voor zo’n tenger mensje die in een surrealistische wereld geknald wordt. Ik wilde haar houvast zijn in dat grote metalen vliegende vervoersmiddel. Honderden expats. Vele kleurrijke types. Verhalen van collega’s.

Als meisje van 22 zag ik mensen die het voormalig Joegoslavië of Irak met nog een oorlogstrauma in hun zak, die vanuit een uitzichtloze situatie een beter leven zochten in een ander land. Ik zie nog die witte plastic tasjes die ze bij zich hadden. Alsof het allemaal beter zou zijn in een ander beloofd land, niet wetende dat zo’n nieuw land helemaal niet altijd zo warm, begripvol en tolerant is naar deze mensen. Ik wenste ze altijd alle goeds bij het afscheid nemen. Maar vaak ook weer een brok in mijn keel.

Borrel op…laat je vliegen.

Ik ben geslagen door agressieve passagiers met een kronkel in hun kop. Heb dronkenlappen die geen maat wisten te houden en eigen verantwoording konden nemen, als een strenge moeder hun drank moeten afpakken om ook de rest van mijn passagiers een prettige vlucht te gunnen. Mijn ergste vlucht in 10 jaar KLM was een vlucht vol stomdronken artsen met een kilo hete aardappels in hun keel die naar een congres in Houston gingen en dachten dat ze 18 waren en nog in een studentenhuis zaten. Ik ben nog nooit zo gedenigreerd, gekleineerd en geschoffeerd als die vlucht. Ik had liever een kist vol dronken Russische zeelui die net van maanden op zee kwamen en weer naar huis gingen. Met een geintje kon je daar vaak nog wel mee. Je maakte gewoon een met een grijns een dealtje dat ze hun tax-free aangeschafte fles wodka niet in hun stoelzak maar in hun tas in de bagagebak op zouden bergen. In ruil voor een flinke borrel voor en na het eten waarna de schatten dan vaak nog wel tevreden in slaap vielen. Moe van maanden fysiek buffelen.

Een vader die in Kuala Lumpur in de kist stapte en wiens tienerzoon in Duitsland een ernstig ongeluk had gehad. Die man wist niet of hij op tijd thuis zou zijn om zijn zoon nog in leven te zien. Vreselijk! Wat een hel. Jij bent op dat moment zijn enige steun en toeverlaat. En ik was dan als een Moeder Gans. Je ziet die man vol angst en beven zijn telefoon aanzetten op Schiphol, hopend op geen nieuws. Want op dat moment is geen nieuws goed nieuws. Maar dan moest ik mensen bij de gate weer los laten waar ik dan de laatste 13 uur voor ze gezorgd had en mijn vleugels beschermend om ze heen had geslagen. Dat vond ik knap lastig. Ik had ze het liefste persoonlijk helemaal naar huis en hun familie gebracht om te zorgen dat ze oké waren.

Boeing 747: altijd in voor een geintje

Soms maakten we op tussenstops geintjes. Maakten foto’s liggend in de bagagebakken, zittend in de motor en er ging zelfs een foto de wereld rond, waarbij drie collega’s dansten op het dak van deze mooie vogel. Mocht het? Nee natuurlijk niet. Maar ja…..Kregen flink op hun donder. Wanneer je voor het eerst over de evenaar ging, werd je als Neptunus op de cateringtrolley gezet en door het gangpad gereden. Kwam je voor het eerst in Bangkok, dan werd je met uniform en al in het zwembad gemikt als doop. Welkom in Thailand.

Ik hield van deze bijzondere mooie kist. Met een trapje omhoog en de serene businessclass boven. Een klein rustig paradijsje in een drukke stad een verdieping lager waar ik af en toe even naar ontsnapte. En nu is deze mooie blauwe vogel met miljoenen verhalen van evenzoveel mensen en goed voor vele belevenissen voor de laatste keer op onze mooie luchthaven geland. Tijd voor pensioen en alle mooie verhalen en avonturen met je meenemen en nog eens rustig de revue laten passeren.

Dank je wel voor alle mooie herinneringen. Het gaat je goed lieve mooie blauwe vriend. En lieve mooie KLM en mijn oud-collega’s. Stay strong. Want in 100 jaar KLM….hebben we met z’n allen al vele stormen doorstaan en die hebben ons er niet onder gekregen. Ook dit keer komen jullie hier weer uit. Het gaat jullie goed.